Categorie archief: Tuin

Tussentijd

Bruidssluier in zijn tweede bloei, een woekerdracht
op boom en schutting die de herfst van zomer scheidt
een langpoot hangt te rusten aan een warme pot
het water staat, uit buien naar de rand gebracht.

Het wit en groen om purper van de kersenpruim
wacht daar tot een gerooide zomerstam en
tooi van blad wegglijden uit de tijd
slechts blauw van ogen kijkt een lege lucht

van koude om een zon die verder trekt
zijn baan verlegt naar zuiderburen, binnenmuren
van een leven dat zijn vrucht te rusten legt.

De zomer is hij, uit herinnering van kou getreden
als een woord, een boog met kleuren
als een geur, zo onverklaarbaar zacht raak ik zijn ogen
huid en haar de draden van mijn winterkleed.


Neiging

De bruidssluier draagt
de loten met ranke arm
op aan de hemel.