Blijf

Laat de zon niet ondergaan, de bloemen sluiten
de hoge twijgen buigen voor de maan
het zwijgen van de merels groen oplichten
in de schijn van blauw, zo rusteloos vertrouwd

en blijf
zoals de muggen slapen, dromen
spreken, handen waken, zachter nog zoek ik te zijn
en dichter dan het houden dat wij kennen
stiller dan het spreken van de lach
sneller dan het reiken van verlangen
luister ik, en blijf

Advertenties

Avond

Elke avond om half zeven, scheert door de schemer
een zwerm spreeuwen, ijlend als de nevel
vloeibaar, vlak voordat hij opengaat

in het kader van het kamerraam
heb ik je silhouet voor ogen, mijn schaduw
naast je staan, verstoten

om de woorden die als druppels worden opgediend
een dorst en niet te lessen
neiging die het aanzien van de avond overstroomt

De teugels glijden in de handen van de nacht
een stiller schuren, zacht waar de gedroomde schemer
opgaat in het smeken van een nieuwe dag


Braak II

Heb met een geest van zachtheid in de tuin
een strijdbijl opgegraven, dode wortels weggedragen
wilde kracht gevierd op botte lagen van onvruchtbaarheid

Schone aarde, stil en zacht je geur
ondergronds de weelde teer en
leeg de teruggesnoeide loten

Mijn handen zijn in rouw, ik streel de grond
de woorden die ik plantte en je lijf
waarin ik aarden kon en zwerven mocht


Braak I

Gedolven is het witte goud, het zwarte veld
met ondergrondse weelde is gestoken en
verdeeld, de oogst is over

Op het land rusten de cocons levensgroot
de opgerolde matten die de weelde warmden
als walrussen, zo sterk en hulpeloos

Het land ligt braak
de loot hij sterft zijn vroege dood, de wortel
groeit tot zeven keer, eerst volgend jaar